Exodus 2

DSV_Strongs(i)
  1 H376 En een man H1004 van het huis H3878 van Levi H3212 [H8799] ging H3947 [H8799] , en nam H1323 een dochter H3878 van Levi.
  2 H802 En de vrouw H2029 [H8799] werd zwanger H3205 [H8799] , en baarde H1121 een zoon H7200 [H8799] . Toen zij hem zag H2896 , dat hij schoon H6845 [H8799] was, zo verborg zij H7969 hem drie H3391 maanden.
  3 H5750 Doch als zij hem niet langer H6845 [H8687] verbergen H3201 [H8804] kon H3947 [H8799] , zo nam zij H8392 voor hem een kistje H1573 van biezen H2560 [H8799] , en belijmde H2564 het met lijm H2203 en met pek H7760 [H8799] ; en zij leide H3206 het knechtje H7760 [H8799] daarin, en leide H5488 het in de biezen H8193 , aan den oever H2975 der rivier.
  4 H269 En zijn zuster H3320 [H8691] stelde zich H7350 van verre H3045 [H8800] , om te weten H6213 [H8735] , wat hem gedaan zou worden.
  5 H1323 En de dochter H6547 van Farao H3381 [H8799] ging af H7364 [H8800] , om zich te wassen H2975 in de rivier H5291 ; en haar jonkvrouwen H1980 [H8802] wandelden H3027 aan den kant H2975 der rivier H8392 ; toen zij het kistje H8432 in het midden H5488 van de biezen H7200 [H8799] zag H7971 [H8799] , zo zond zij H519 haar dienstmaagd H3947 [H8799] heen, en liet het halen.
  6 H6605 [H8799] Toen zij het open deed H7200 [H8799] , zo zag zij H3206 dat knechtje H5288 ; en ziet, het jongsken H1058 [H8802] weende H2550 [H8799] ; en zij werd met barmhartigheid bewogen H559 [H8799] over hetzelve, en zij zeide H3206 : Dit is een van de knechtjes H5680 der Hebreen!
  7 H559 [H8799] Toen zeide H269 zijn zuster H6547 tot Farao's H1323 dochter H3212 [H8799] : Zal ik heengaan H3243 [H8688] , en u een voedstervrouw H5680 H802 uit de Hebreinnen H7121 [H8804] roepen H3206 , die dat knechtje H3243 [H8686] voor u zoge?
  8 H1323 En de dochter H6547 van Farao H559 [H8799] zeide H3212 [H8798] tot haar: Ga heen H5959 . En de jonge maagd H3212 [H8799] ging H7121 [H8799] , en riep H3206 des knechtjes H517 moeder.
  9 H559 [H8799] Toen zeide H6547 Farao's H1323 dochter H3212 H0 tot haar: Neem H3206 dit knechtje H3212 [H8685] heen H3243 [H8685] , en zoog H7939 het mij; ik zal [u] uw loon H5414 [H8799] geven H802 . En de vrouw H3947 [H8799] nam H3206 het knechtje H5134 [H8686] en zoogde het.
  10 H3206 En toen het knechtje H1431 [H8799] groot geworden was H935 [H8686] , zo bracht zij H6547 het tot Farao's H1323 dochter H1121 , en het werd haar ten zoon H7121 [H8799] ; en zij noemde H8034 zijn naam H4872 Mozes H559 [H8799] , en zeide H4325 : Want ik heb hem uit het water H4871 [H8804] getogen.
  11 H3117 En het geschiedde in die dagen H4872 , toen Mozes H1431 [H8799] groot geworden was H3318 [H8799] , dat hij uitging H251 tot zijn broederen H7200 [H8799] , en bezag H5450 hun lasten H7200 [H8799] ; en hij zag H4713 , dat een Egyptisch H376 man H5680 een Hebreeuwsen H376 man H251 uit zijn broederen H5221 [H8688] sloeg.
  12 H6437 [H8799] En hij zag H3541 herwaarts H3541 en gindswaarts H7200 [H8799] ; en toen hij zag H376 , dat er niemand H5221 [H8686] was, zo versloeg hij H4713 den Egyptenaar H2934 [H8799] , en verborg H2344 hem in het zand.
  13 H8145 Des anderen H3117 daags H3318 [H8799] ging hij wederom uit H8147 , en ziet, twee H5680 Hebreeuwse H582 mannen H5327 [H8737] twistten H559 [H8799] ; en hij zeide H7563 tot den ongerechte H5221 [H8686] : Waarom slaat gij H7453 uw naaste?
  14 H559 [H8799] Hij dan zeide H376 : Wie heeft u tot H8269 een overste H8199 [H8802] en rechter H7760 [H8804] over ons gezet H559 [H8802] ? Zegt gij H2026 [H8800] [dit], om mij te doden H4713 , gelijk gij den Egyptenaar H2026 [H8804] gedood hebt H3372 [H8799] ? Toen vreesde H4872 Mozes H559 [H8799] , en zeide H403 : Voorwaar H1697 , deze zaak H3045 [H8738] is bekend geworden!
  15 H6547 Als nu Farao H1697 deze zaak H8085 [H8799] hoorde H1245 [H8762] , zo zocht hij H4872 Mozes H2026 [H8800] te doden H4872 ; doch Mozes H1272 [H8799] vlood H6547 voor Farao's H6440 aangezicht H3427 [H8799] , en woonde H776 in het land H4080 Midian H3427 [H8799] , en hij zat H875 bij een waterput.
  16 H3548 En de priester H4080 in Midian H7651 had zeven H1323 dochters H935 [H8799] , die kwamen H1802 [H8799] om te putten H4390 [H8762] , en vulden H7298 de drinkbakken H6629 , om de kudde H1 haars vaders H8248 [H8687] te drenken.
  17 H935 [H8799] Toen kwamen H7462 [H8802] de herders H1644 [H8762] , en zij dreven H4872 haar van daar; doch Mozes H6965 [H8799] stond op H3467 [H8686] , en verloste H8248 [H8686] ze, en drenkte H6629 haar kudden.
  18 H1 En toen zij tot haar vader H7467 Rehuel H935 [H8799] kwamen H559 [H8799] , zo sprak hij H4069 : Waarom H3117 zijt gij heden H4116 [H8765] zo haast H935 [H8800] wedergekomen?
  19 H559 [H8799] Toen zeiden zij H4713 : Een Egyptisch H376 man H5337 [H8689] heeft ons verlost H3027 uit de hand H7462 [H8802] der herderen H1802 [H8800] ; en hij heeft ook overvloedig H1802 [H8804] voor ons geput H6629 , en de kudde H8248 [H8686] gedrenkt.
  20 H559 [H8799] En hij zeide H1323 tot zijn dochters H5800 H0 : Waar is hij toch, waarom liet gij H376 den man H5800 [H8804] nu gaan H7121 [H8798] ? roept H3899 hem, dat hij brood H398 [H8799] ete.
  21 H4872 En Mozes H2974 [H8686] bewilligde H376 bij den man H3427 [H8800] te wonen H5414 [H8799] ; en hij gaf H4872 Mozes H1323 zijn dochter H6855 Zippora;
  22 H3205 [H8799] Die baarde H1121 een zoon H7121 [H8799] ; en hij noemde H8034 zijn naam H1647 Gersom H559 [H8804] ; want hij zeide H1616 : Ik ben een vreemdeling H5237 geworden in een vreemd H776 land.
  23 H7227 En het geschiedde na vele H1992 dezer H3117 dagen H4428 , als de koning H4714 van Egypte H4191 [H8799] gestorven was H1121 , dat de kinderen H3478 Israels H584 [H8735] zuchtten H2199 [H8799] en schreeuwden H4480 over H5656 den dienst H7775 ; en hun gekrijt H5656 over hun dienst H5927 [H8799] kwam op H430 tot God.
  24 H430 En God H8085 [H8799] hoorde H5009 hun gekerm H430 , en God H2142 [H8799] gedacht aan H1285 Zijn verbond H85 met Abraham H3327 , met Izak H3290 , en met Jakob.
  25 H430 En God H7200 [H8799] zag H1121 de kinderen H3478 Israels H430 aan, en God H3045 [H8799] kende [hen].