Exodus 1:9-22

DSV_Strongs(i)
  9 H559 [H8799] Die zeide H5971 tot zijn volk H5971 : Ziet, het volk H1121 der kinderen H3478 Israels H7227 is veel H6099 , ja, machtiger dan wij.
  10 H3051 [H8798] Komt aan H2449 [H8691] , laat ons wijselijk tegen hetzelve handelen H7235 [H8799] , opdat het niet vermenigvuldige H4421 , en het geschiede, als er enige krijg H7122 [H8799] voorvalt H1931 , dat het H3254 [H8738] zich ook niet vervoege H8130 [H8802] tot onze vijanden H3898 [H8738] , en tegen ons strijde H776 , en uit het land H5927 [H8804] optrekke.
  11 H7760 [H8799] En zij zetten H8269 oversten H4522 der schattingen H6031 [H8763] over hetzelve, om het te verdrukken H5450 met hun lasten H1129 [H8799] ; want men bouwde H6547 voor Farao H4543 H5892 schatsteden H6619 , Pitom H7486 en Raamses.
  12 H6031 [H8762] Maar hoe meer zij het verdrukten H3651 , hoe meer H7235 [H8799] het vermeerderde H3651 , en hoe meer H6555 [H8799] het wies H6973 [H8799] ; zodat zij verdrietig waren H6440 vanwege H1121 de kinderen H3478 Israels.
  13 H4714 En de Egyptenaars H1121 deden de kinderen H3478 Israels H5647 [H8686] dienen H6531 met hardigheid;
  14 H2416 Zodat zij hun het leven H4843 [H8762] bitter maakten H7186 met harden H5656 dienst H2563 , in leem H3843 en in tichelstenen H5656 , en met allen dienst H7704 op het veld H5656 , met al hun dienst H5647 [H8804] , dien zij hen deden dienen H6531 met hardigheid.
  15 H559 [H8799] Daarenboven sprak H4428 de koning H4714 van Egypte H3205 [H8764] tot de vroedvrouwen H5680 der Hebreinnen H259 , welker ener H8034 naam H8236 Sifra H8034 , en de naam H8145 der andere H6326 Pua was;
  16 H559 [H8799] En zeide H5680 : Wanneer gij de Hebreinnen H3205 [H8763] in het baren helpt H7200 [H8804] , en ziet H70 haar op de stoelen H1121 ; is het een zoon H4191 [H8689] , zo doodt H1323 hem; maar is het een dochter H2425 [H8804] , zo laat haar leven!
  17 H3205 [H8764] Doch de vroedvrouwen H3372 [H8799] vreesden H430 God H6213 [H8804] , en deden H4428 niet, gelijk als de koning H4714 van Egypte H1696 [H8765] tot haar gesproken had H2421 H0 , maar zij behielden H3206 de knechtjes H2421 [H8762] in het leven.
  18 H7121 [H8799] Toen riep H4428 de koning H4714 van Egypte H3205 [H8764] de vroedvrouwen H559 [H8799] , en zeide H4069 tot haar: Waarom H1697 hebt gijlieden deze zaak H6213 [H8804] gedaan H3206 , dat gij de knechtjes H2421 [H8762] in het leven behouden hebt?
  19 H3205 [H8764] En de vroedvrouwen H559 [H8799] zeiden H6547 tot Farao H5680 H802 : Omdat de Hebreinnen H4713 niet zijn gelijk de Egyptische H2422 vrouwen; want zij zijn sterk H2962 ; eer H3205 [H8764] de vroedvrouw H935 [H8799] tot haar komt H3205 [H8804] , zo hebben zij gebaard.
  20 H3190 H0 Daarom deed H430 God H3205 [H8764] aan de vroedvrouwen H3190 [H8686] goed H5971 ; en dat volk H7235 [H8799] vermeerderde H3966 , en het werd zeer H6105 [H8799] machtig.
  21 H3205 [H8764] En het geschiedde, dewijl de vroedvrouwen H430 God H3372 [H8804] vreesden H6213 [H8799] , zo bouwde Hij H1004 haar huizen.
  22 H6680 [H8762] Toen gebood H6547 Farao H5971 aan al zijn volk H559 [H8800] , zeggende H1121 : Alle zonen H3209 , die geboren worden H2975 , zult gij in de rivier H7993 [H8686] werpen H1323 , maar al de dochteren H2421 [H8762] in het leven behouden.