DSV_Strongs(i)
1
H559 H8799
Daarna zeide
H3068
de HEERE
H4872
tot Mozes
H935 H8798
: Ga
H6547
in tot Farao
H3820
; want Ik heb zijn hart
H3513 H8689
verzwaard
H3820
, ook het hart
H5650
zijner knechten
H226
, opdat Ik deze Mijn tekenen
H7130
in het midden
H7896 H8800
van hen zette;
2
H241
En opdat gij voor de oren
H1121
uwer kinderen
H1121 H1121
en uwer kindskinderen
H5608 H8762
moogt vertellen
H4714
, wat Ik in Egypte
H5953 H8694
uitgericht heb
H226
, en Mijn tekenen
H7760 H8804
, die Ik onder hen gesteld heb
H3045 H8804
; opdat gijlieden weet
H3068
, dat Ik de HEERE ben.
3
H935 H8799
Zo gingen
H4872
Mozes
H175
en Aaron
H6547
tot Farao
H559 H8799
, en zeiden
H559 H8804
tot hem: Zo zegt
H3068
de HEERE
H430
, de God
H5680
der Hebreen
H4970
: Hoe lang
H3985 H8765
weigert gij
H6440
u voor Mijn aangezicht
H6031 H8736
te verootmoedigen
H5971
? Laat Mijn volk
H7971 H8761
trekken
H5647 H8799
, dat zij Mij dienen.
4
H3588
Want
H3986
indien gij weigert
H5971
Mijn volk
H7971 H8763
te laten trekken
H4279
, zie, zo zal Ik morgen
H697
sprinkhanen
H1366
in uw landpale
H935 H8688
brengen.
5
H5869
En zij zullen het gezicht
H776
des lands
H3680 H8765
bedekken
H776
, alzo dat men de aarde
H3201 H8799
niet zal kunnen
H7200 H8800
zien
H398 H8804
; en zij zullen afeten
H3499
het overige
H6413
van hetgeen ontkomen is
H7604 H8737
, hetgeen ulieden overgebleven was
H1259
van den hagel
H6086
; zij zullen ook al het geboomte
H398 H8804
afeten
H7704
, dat ulieden uit het veld
H6779 H8802
voortkomt.
6
H4390 H8804
En zij zullen vervullen
H1004
uw huizen
H1004
, en de huizen
H5650
van al uw knechten
H1004
, en de huizen
H4714
van alle Egyptenaren
H1
; dewelke uw vaders
H1
, noch de vaderen
H1
uwer vaders
H7200 H8804
gezien hebben
H3117
, van dien dag
H127
af, dat zij op den aardbodem
H3117
geweest zijn, tot op dezen dag
H6437 H8799
. En hij keerde zich om
H3318 H8799
, en ging uit
H6547
van Farao.
7
H5650
En de knechten
H6547
van Farao
H559 H8799
zeiden
H4170
tot hem: Hoe lang zal ons deze tot een strik
H582
zijn, laat de mannen
H7971 H8761
trekken
H3068
, dat zij den HEERE
H430
hun God
H5647 H8799
dienen
H3045 H8799
! weet gij
H2962
nog niet
H4714
, dat Egypte
H6 H8804
verloren is?
8
H4872
Toen werden Mozes
H175
en Aaron
H7725 H0
weder
H6547
tot Farao
H7725 H8714
gebracht
H559 H8799
, en hij zeide
H3212 H8798
tot hen: Gaat henen
H5647 H8798
, dient
H3068
den HEERE
H430
, uw God
H1980 H8802
! wie en wie zijn zij, die gaan zullen?
9
H4872
En Mozes
H559 H8799
zeide
H3212 H8799
: Wij zullen gaan
H5288
met onze jonge
H2205
en met onze oude
H1121
lieden; met onze zonen
H1323
en met onze dochteren
H6629
, met onze schapen
H1241
en met onze runderen
H3212 H8799
zullen wij gaan
H2282
; want wij hebben een feest
H3068
des HEEREN.
10
H559 H8799
Toen zeide hij
H3068
tot hen: De HEERE
H2945
zij alzo met ulieden, gelijk ik u en uw kleine kinderen
H7971 H8762
zal trekken laten
H7200 H8798
: ziet toe
H7451
, want er is kwaad
H6440
voor ulieder aangezicht!
11
H1397
Niet alzo gij, mannen
H3212 H8798
, gaat nu heen
H5647 H8798
, en dient
H3068
den HEERE
H1245 H8764
; want dat hebt gijlieden verzocht
H1644 H8762
! En men dreef hen uit
H6547
van Farao's
H6440
aangezicht.
12
H559 H8799
Toen zeide
H3068
de HEERE
H4872
tot Mozes
H5186 H8798
: Strek
H3027
uw hand
H776 H4714
uit over Egypteland
H697
, om de sprinkhanen
H5927 H8799
, dat zij opkomen
H776 H4714
over Egypteland
H6212
, en al het kruid
H776
des lands
H398 H8799
opeten
H1259
, al wat de hagel
H7604 H8689
heeft over gelaten.
13
H5186 H8799
Toen strekte
H4872
Mozes
H4294
zijn staf
H776 H4714
over Egypteland
H3068
, en de HEERE
H5090 H8765
bracht
H6921 H7307
een oostenwind
H776
in dat land
H3117
, dien gehele dag
H3915
en dien gansen nacht
H1242
; het geschiedde des morgens
H6921 H7307
, dat de oostenwind
H697
de sprinkhanen
H5375 H8804
opbracht.
14
H697
En de sprinkhanen
H5927 H8799
kwamen op
H776 H4714
over het ganse Egypteland
H5117 H8799
, en lieten zich neder
H1366
aan al de palen
H4714
der Egyptenaren
H3966
, zeer
H3515
zwaar
H6440
; voor
H3651
dezen zijn dergelijke
H697
sprinkhanen
H310
, als deze, nooit geweest, en na dezen zullen er zulke niet wezen;
15
H3680 H8762
Want zij bedekten
H5869
het gezicht
H776
des gansen lands
H776
, alzo dat het land
H2821 H8799
verduisterd werd
H398 H8799
; en zij aten
H6212
al het kruid
H776
des lands
H6529
op, en al de vruchten
H6086
der bomen
H1259
, die de hagel
H3498 H8689
had over gelaten
H3498 H8738
; en er bleef
H3418
niets groens
H6086
aan de bomen
H6212
, noch aan de kruiden
H7704
des velds
H776 H4714
, in het ganse Egypteland.
16
H4116 H8762
Toen haastte
H6547
Farao
H4872
, om Mozes
H175
en Aaron
H7121 H8800
te roepen
H559 H8799
, en zeide
H2398 H8804
: Ik heb gezondigd
H3068
tegen den HEERE
H430
, uw God, en tegen ulieden.
17
H5375 H8798
En nu vergeeft
H2403
mij toch mijn zonde
H6471
alleen ditmaal
H6279 H8685
, en bidt vuriglijk
H3068
tot den HEERE
H430
, uw God
H4194
, dat Hij slechts dezen dood
H5493 H8686
van mij wegneme.
19
H2015 H8799
Toen keerde
H3068
de HEERE
H3966
een zeer
H2389
sterken
H3220 H7307
westenwind
H5375 H8799
, die hief
H697
de sprinkhanen
H8628 H8799
op, en wierp
H5488 H3220
ze in de Schelfzee
H7604 H8738
; er bleef
H259
niet een
H697
sprinkhaan
H1366
over in al de landpalen
H4714
van Egypte.
20
H3068
Doch de HEERE
H2388 H8762
verstokte
H6547
Farao's
H3820
hart
H1121
, dat hij de kinderen
H3478
Israels
H7971 H8765
niet liet trekken.
21
H559 H8799
Toen zeide
H3068
de HEERE
H4872
tot Mozes
H5186 H8798
: Strek
H3027
uw hand
H8064
uit naar den hemel
H2822
, en er zal duisternis
H776 H4714
komen over Egypteland
H2822
, dat men de duisternis
H4959 H8686
tasten zal.
22
H4872
Als Mozes
H3027
zijn hand
H5186 H8799
uitstrekte
H8064
naar den hemel
H653
, werd er een dikke
H2822
duisternis
H776 H4714
in het ganse Egypteland
H7969
, drie
H3117
dagen.
23
H7200 H8804
Zij zagen
H376
de een
H251
den ander
H6965 H8804
niet; er stond
H376
ook niemand
H7969
op van zijn plaats, in drie
H3117
dagen
H1121
; maar bij al de kinderen
H3478
Israels
H216
was het licht
H4186
in hun woningen.
24
H7121 H8799
Toen riep
H6547
Farao
H4872
Mozes
H559 H8799
, en zeide
H3212 H8798
: Gaat heen
H5647 H8798
, dient
H3068
den HEERE
H6629
! alleen uw schapen
H1241
en uw runderen
H3322 H8714
zullen vast blijven
H2945
; ook zullen uw kinderkens
H3212 H8799
met u gaan.
25
H4872
Doch Mozes
H559 H8799
zeide
H2077
: Ook zult gij slachtofferen
H5930
en brandofferen
H3027
in onze handen
H5414 H8799
geven
H3068
, die wij den HEERE
H430
, onzen God
H6213 H8804
, doen mogen;
26
H4735
En ons vee
H3212 H8799
zal ook met ons gaan
H6541
, er zal niet een klauw
H7604 H8735
achterblijven
H3947 H8799
; want van hetzelve zullen wij nemen
H3068
, om den HEERE
H430
, onzen God
H5647 H8800
, te dienen
H3045 H8799
; want wij weten
H3068
niet, waarmede wij den HEERE
H5647 H8799
, onzen God, dienen zullen
H935 H8800
, totdat wij daar komen.
27
H3068
Doch de HEERE
H2388 H8762
verhardde
H6547
Farao's
H3820
hart
H14 H8804
; en hij wilde
H7971 H8763
hen niet laten trekken.