Exodus 10

DSV_Strongs(i)
  1 H559 H8799 Daarna zeide H3068 de HEERE H4872 tot Mozes H935 H8798 : Ga H6547 in tot Farao H3820 ; want Ik heb zijn hart H3513 H8689 verzwaard H3820 , ook het hart H5650 zijner knechten H226 , opdat Ik deze Mijn tekenen H7130 in het midden H7896 H8800 van hen zette;
  2 H241 En opdat gij voor de oren H1121 uwer kinderen H1121 H1121 en uwer kindskinderen H5608 H8762 moogt vertellen H4714 , wat Ik in Egypte H5953 H8694 uitgericht heb H226 , en Mijn tekenen H7760 H8804 , die Ik onder hen gesteld heb H3045 H8804 ; opdat gijlieden weet H3068 , dat Ik de HEERE ben.
  3 H935 H8799 Zo gingen H4872 Mozes H175 en Aaron H6547 tot Farao H559 H8799 , en zeiden H559 H8804 tot hem: Zo zegt H3068 de HEERE H430 , de God H5680 der Hebreen H4970 : Hoe lang H3985 H8765 weigert gij H6440 u voor Mijn aangezicht H6031 H8736 te verootmoedigen H5971 ? Laat Mijn volk H7971 H8761 trekken H5647 H8799 , dat zij Mij dienen.
  4 H3588 Want H3986 indien gij weigert H5971 Mijn volk H7971 H8763 te laten trekken H4279 , zie, zo zal Ik morgen H697 sprinkhanen H1366 in uw landpale H935 H8688 brengen.
  5 H5869 En zij zullen het gezicht H776 des lands H3680 H8765 bedekken H776 , alzo dat men de aarde H3201 H8799 niet zal kunnen H7200 H8800 zien H398 H8804 ; en zij zullen afeten H3499 het overige H6413 van hetgeen ontkomen is H7604 H8737 , hetgeen ulieden overgebleven was H1259 van den hagel H6086 ; zij zullen ook al het geboomte H398 H8804 afeten H7704 , dat ulieden uit het veld H6779 H8802 voortkomt.
  6 H4390 H8804 En zij zullen vervullen H1004 uw huizen H1004 , en de huizen H5650 van al uw knechten H1004 , en de huizen H4714 van alle Egyptenaren H1 ; dewelke uw vaders H1 , noch de vaderen H1 uwer vaders H7200 H8804 gezien hebben H3117 , van dien dag H127 af, dat zij op den aardbodem H3117 geweest zijn, tot op dezen dag H6437 H8799 . En hij keerde zich om H3318 H8799 , en ging uit H6547 van Farao.
  7 H5650 En de knechten H6547 van Farao H559 H8799 zeiden H4170 tot hem: Hoe lang zal ons deze tot een strik H582 zijn, laat de mannen H7971 H8761 trekken H3068 , dat zij den HEERE H430 hun God H5647 H8799 dienen H3045 H8799 ! weet gij H2962 nog niet H4714 , dat Egypte H6 H8804 verloren is?
  8 H4872 Toen werden Mozes H175 en Aaron H7725 H0 weder H6547 tot Farao H7725 H8714 gebracht H559 H8799 , en hij zeide H3212 H8798 tot hen: Gaat henen H5647 H8798 , dient H3068 den HEERE H430 , uw God H1980 H8802 ! wie en wie zijn zij, die gaan zullen?
  9 H4872 En Mozes H559 H8799 zeide H3212 H8799 : Wij zullen gaan H5288 met onze jonge H2205 en met onze oude H1121 lieden; met onze zonen H1323 en met onze dochteren H6629 , met onze schapen H1241 en met onze runderen H3212 H8799 zullen wij gaan H2282 ; want wij hebben een feest H3068 des HEEREN.
  10 H559 H8799 Toen zeide hij H3068 tot hen: De HEERE H2945 zij alzo met ulieden, gelijk ik u en uw kleine kinderen H7971 H8762 zal trekken laten H7200 H8798 : ziet toe H7451 , want er is kwaad H6440 voor ulieder aangezicht!
  11 H1397 Niet alzo gij, mannen H3212 H8798 , gaat nu heen H5647 H8798 , en dient H3068 den HEERE H1245 H8764 ; want dat hebt gijlieden verzocht H1644 H8762 ! En men dreef hen uit H6547 van Farao's H6440 aangezicht.
  12 H559 H8799 Toen zeide H3068 de HEERE H4872 tot Mozes H5186 H8798 : Strek H3027 uw hand H776 H4714 uit over Egypteland H697 , om de sprinkhanen H5927 H8799 , dat zij opkomen H776 H4714 over Egypteland H6212 , en al het kruid H776 des lands H398 H8799 opeten H1259 , al wat de hagel H7604 H8689 heeft over gelaten.
  13 H5186 H8799 Toen strekte H4872 Mozes H4294 zijn staf H776 H4714 over Egypteland H3068 , en de HEERE H5090 H8765 bracht H6921 H7307 een oostenwind H776 in dat land H3117 , dien gehele dag H3915 en dien gansen nacht H1242 ; het geschiedde des morgens H6921 H7307 , dat de oostenwind H697 de sprinkhanen H5375 H8804 opbracht.
  14 H697 En de sprinkhanen H5927 H8799 kwamen op H776 H4714 over het ganse Egypteland H5117 H8799 , en lieten zich neder H1366 aan al de palen H4714 der Egyptenaren H3966 , zeer H3515 zwaar H6440 ; voor H3651 dezen zijn dergelijke H697 sprinkhanen H310 , als deze, nooit geweest, en na dezen zullen er zulke niet wezen;
  15 H3680 H8762 Want zij bedekten H5869 het gezicht H776 des gansen lands H776 , alzo dat het land H2821 H8799 verduisterd werd H398 H8799 ; en zij aten H6212 al het kruid H776 des lands H6529 op, en al de vruchten H6086 der bomen H1259 , die de hagel H3498 H8689 had over gelaten H3498 H8738 ; en er bleef H3418 niets groens H6086 aan de bomen H6212 , noch aan de kruiden H7704 des velds H776 H4714 , in het ganse Egypteland.
  16 H4116 H8762 Toen haastte H6547 Farao H4872 , om Mozes H175 en Aaron H7121 H8800 te roepen H559 H8799 , en zeide H2398 H8804 : Ik heb gezondigd H3068 tegen den HEERE H430 , uw God, en tegen ulieden.
  17 H5375 H8798 En nu vergeeft H2403 mij toch mijn zonde H6471 alleen ditmaal H6279 H8685 , en bidt vuriglijk H3068 tot den HEERE H430 , uw God H4194 , dat Hij slechts dezen dood H5493 H8686 van mij wegneme.
  18 H3318 H8799 En hij ging uit H6547 van Farao H6279 H8799 , en bad vuriglijk H3068 tot den HEERE.
  19 H2015 H8799 Toen keerde H3068 de HEERE H3966 een zeer H2389 sterken H3220 H7307 westenwind H5375 H8799 , die hief H697 de sprinkhanen H8628 H8799 op, en wierp H5488 H3220 ze in de Schelfzee H7604 H8738 ; er bleef H259 niet een H697 sprinkhaan H1366 over in al de landpalen H4714 van Egypte.
  20 H3068 Doch de HEERE H2388 H8762 verstokte H6547 Farao's H3820 hart H1121 , dat hij de kinderen H3478 Israels H7971 H8765 niet liet trekken.
  21 H559 H8799 Toen zeide H3068 de HEERE H4872 tot Mozes H5186 H8798 : Strek H3027 uw hand H8064 uit naar den hemel H2822 , en er zal duisternis H776 H4714 komen over Egypteland H2822 , dat men de duisternis H4959 H8686 tasten zal.
  22 H4872 Als Mozes H3027 zijn hand H5186 H8799 uitstrekte H8064 naar den hemel H653 , werd er een dikke H2822 duisternis H776 H4714 in het ganse Egypteland H7969 , drie H3117 dagen.
  23 H7200 H8804 Zij zagen H376 de een H251 den ander H6965 H8804 niet; er stond H376 ook niemand H7969 op van zijn plaats, in drie H3117 dagen H1121 ; maar bij al de kinderen H3478 Israels H216 was het licht H4186 in hun woningen.
  24 H7121 H8799 Toen riep H6547 Farao H4872 Mozes H559 H8799 , en zeide H3212 H8798 : Gaat heen H5647 H8798 , dient H3068 den HEERE H6629 ! alleen uw schapen H1241 en uw runderen H3322 H8714 zullen vast blijven H2945 ; ook zullen uw kinderkens H3212 H8799 met u gaan.
  25 H4872 Doch Mozes H559 H8799 zeide H2077 : Ook zult gij slachtofferen H5930 en brandofferen H3027 in onze handen H5414 H8799 geven H3068 , die wij den HEERE H430 , onzen God H6213 H8804 , doen mogen;
  26 H4735 En ons vee H3212 H8799 zal ook met ons gaan H6541 , er zal niet een klauw H7604 H8735 achterblijven H3947 H8799 ; want van hetzelve zullen wij nemen H3068 , om den HEERE H430 , onzen God H5647 H8800 , te dienen H3045 H8799 ; want wij weten H3068 niet, waarmede wij den HEERE H5647 H8799 , onzen God, dienen zullen H935 H8800 , totdat wij daar komen.
  27 H3068 Doch de HEERE H2388 H8762 verhardde H6547 Farao's H3820 hart H14 H8804 ; en hij wilde H7971 H8763 hen niet laten trekken.
  28 H6547 Maar Farao H559 H8799 zeide H3212 H8798 tot hem: Ga H8104 H8734 van mij! wacht u H3254 H8686 , dat gij niet meer H6440 mijn aangezicht H7200 H8800 ziet H3117 ; want op welken dag H6440 gij mijn aangezicht H7200 H8800 zult zien H4191 H8799 , zult gij sterven!
  29 H4872 Mozes H559 H8799 nu zeide H3651 : Gij hebt recht H1696 H8765 gesproken H3254 H8686 ; ik zal niet meer H6440 uw aangezicht H7200 H8800 zien!