Leviticus 26

DSV_Strongs(i)
  1 H457 Gij zult ulieden geen afgoden H6213 [H8799] maken H6459 ; noch gesneden beeld H4676 , noch opgericht beeld H6965 [H8686] zult gij u stellen H4906 , noch gebeelden H68 steen H776 in uw land H5414 [H8799] zetten H7812 [H8692] , om u daarvoor te buigen H3068 ; want Ik ben de HEERE H430 , uw God!
  2 H7676 Mijn sabbatten H8104 [H8799] zult gij houden H4720 , en Mijn heiligdom H3372 [H8799] zult gij vrezen H3068 ; Ik ben de HEERE!
  3 H2708 Indien gij in Mijn inzettingen H3212 [H8799] wandelen H4687 , en Mijn geboden H8104 [H8799] houden H6213 [H8804] , en die doen zult;
  4 H1653 Zo zal Ik uw regens H5414 [H8804] geven H6256 op hun tijd H776 ; en het land H2981 zal zijn inkomst H5414 [H8804] geven H6086 , en het geboomte H7704 des velds H6529 zal zijn vrucht H5414 [H8799] geven;
  5 H1786 En de dorstijd H5381 [H8689] zal u reiken H1210 tot den wijnoogst H1210 , en de wijnoogst H5381 [H8686] zal reiken H2233 tot den zaaitijd H3899 ; en gij zult uw brood H398 [H8804] eten H7648 tot verzadiging H983 toe, en gij zult zeker H776 in uw land H3427 [H8804] wonen.
  6 H7965 Ook zal Ik vrede H5414 [H8804] geven H776 in het land H7901 [H8804] , dat gij zult te slapen liggen H2729 [H8688] , en niemand zij, die verschrikke H7451 ; en Ik zal het boos H2416 gedierte H776 uit het land H7673 [H8689] doen ophouden H2719 , en het zwaard H776 zal door uw land H5674 [H8799] niet doorgaan.
  7 H341 [H8802] En gij zult uw vijanden H7291 [H8804] vervolgen H6440 ; en zij zullen voor uw aangezicht H2719 door het zwaard H5307 [H8804] vallen.
  8 H2568 Vijf H3967 uit u zullen honderd H7291 [H8804] vervolgen H3967 , en honderd H7233 uit u zullen tien duizend H7291 [H8799] vervolgen H341 [H8802] ; en uw vijanden H6440 zullen voor uw aangezicht H2719 door het zwaard H5307 [H8804] vallen.
  9 H6437 [H8804] En Ik zal Mij tot u wenden H6509 [H8689] , en zal u vruchtbaar maken H7235 [H8689] , en u vermenigvuldigen H1285 ; en Mijn verbond H6965 [H8689] zal Ik met u bevestigen.
  10 H3462 [H8737] En gij zult het oude, dat verouderd is H398 [H8804] , eten H3465 ; en het oude H6440 zult gij vanwege H2319 het nieuwe H3318 [H8686] uitbrengen.
  11 H4908 En Ik zal Mijn tabernakel H8432 in het midden H5414 [H8804] van u zetten H5315 ; en Mijn ziel H1602 [H8799] zal van u niet walgen.
  12 H8432 En Ik zal in het midden H1980 [H8694] van u wandelen H430 , en zal u tot een God H1961 [H8799] zijn H5971 , en gij zult Mij tot een volk H1961 [H8799] zijn.
  13 H3068 Ik ben de HEERE H430 , uw God H776 , Die u uit het land H4714 der Egyptenaren H3318 [H8689] uitgevoerd heb H5650 , opdat gij hun slaven H4133 niet zoudt zijn; en Ik heb de disselbomen H5923 van uw juk H7665 [H8799] verbroken H6968 , en heb u doen rechtop H3212 [H8686] staan.
  14 H8085 [H8799] Maar indien gij Mij niet zult horen H4687 , en al deze geboden H6213 [H8799] niet zult doen;
  15 H2708 En zo gij Mijn inzettingen H3988 [H8799] zult smadelijk verwerpen H5315 , en zo uw ziel H4941 van Mijn rechten H1602 [H8799] zal walgen H6213 [H8800] , dat gij niet doet H4687 al Mijn geboden H1285 , om Mijn verbond H6565 [H8687] te vernietigen;
  16 H6213 [H8799] Dit zal Ik u ook doen H6485 [H8689] , dat Ik over u stellen zal H928 verschrikking H7829 , tering H6920 en koorts H5869 , die de ogen H3615 [H8764] verteren H5315 en de ziel H1727 [H8688] pijnigen H2233 ; gij zult ook uw zaad H7385 te vergeefs H2232 [H8804] zaaien H341 [H8802] , en uw vijanden H398 [H8804] zullen dat opeten.
  17 H6440 Daartoe zal Ik Mijn aangezicht H5414 [H8804] tegen ulieden zetten H5062 [H8738] , dat gij geslagen zult worden H6440 voor het aangezicht H341 [H8802] uwer vijanden H8130 [H8802] ; en uw haters H7287 [H8804] zullen over u heerschappij hebben H5127 [H8804] , en gij zult vlieden H7291 [H8802] , als u iemand vervolgt.
  18 H5704 En zo gij Mij tot deze dingen toe nog H8085 [H8799] niet horen zult H3254 [H8804] , Ik zal nog daar toedoen H7651 , om u zevenvoudig H2403 over uw zonden H3256 [H8763] te tuchtigen.
  19 H1347 Want Ik zal de hovaardigheid H5797 uwer kracht H7665 [H8804] verbreken H8064 , en zal uw hemel H1270 als ijzer H5414 [H8804] maken H776 , en uw aarde H5154 als koper.
  20 H3581 En uw macht H7385 zal ijdellijk H8552 [H8804] verdaan worden H776 ; en uw land H2981 zal zijn inkomsten H5414 [H8799] niet geven H6086 , en het geboomte H776 des lands H6529 zal zijn vrucht H5414 [H8799] niet geven.
  21 H7147 En zo gij met Mij [in] tegenheid H3212 [H8799] wandelen zult H14 [H8799] , en Mij niet zult willen H8085 [H8800] horen H2403 , zo zal Ik over u, naar uw zonden H7651 , zevenvoudig H4347 slagen H3254 [H8804] toedoen.
  22 H7971 [H8689] Want Ik zal onder u zenden H2416 het gedierte H7704 des velds H7921 [H8765] , hetwelk u beroven H929 , en uw vee H3772 [H8689] uitroeien H4591 [H8689] , en u verminderen zal H1870 ; en uw wegen H8074 [H8738] zullen woest worden.
  23 H3256 [H8735] Indien gij nog door deze dingen Mij niet getuchtigd zult zijn H7147 , maar met Mij [in] tegenheid H1980 [H8804] wandelen;
  24 H7147 Zo zal Ik ook met u in tegenheid H1980 [H8804] wandelen H1571 , en Ik zal u ook H7651 zevenvoudig H2403 over uw zonden H5221 [H8689] slaan.
  25 H2719 Want Ik zal een zwaard H935 [H8689] over u brengen H5359 , dat de wraak H1285 des verbonds H5358 [H8802] wreken zal H413 , zodat gij in H5892 uw steden H622 [H8738] vergaderd zult worden H1698 ; dan zal Ik de pest H8432 in het midden H7971 [H8765] van u zenden H3027 , en gij zult in de hand H341 [H8802] des vijands H5414 [H8738] overgegeven worden.
  26 H4294 Als Ik u den staf H3899 des broods H7665 [H8800] zal gebroken hebben H6235 , dan zullen tien H802 vrouwen H3899 uw brood H259 in een H8574 oven H644 [H8804] bakken H3899 , en zullen uw brood H4948 bij het gewicht H7725 [H8689] wedergeven H398 [H8804] ; en gij zult eten H7646 [H8799] , maar niet verzadigd worden.
  27 H2063 Als gij ook hierom H8085 [H8799] Mij niet horen zult H1980 [H8804] , maar met Mij wandelen zult H7147 in tegenheid;
  28 H2534 Zo zal Ik ook met u in heetgrimmige H7147 tegenheid H1980 [H8804] wandelen H637 , en Ik zal u ook H7651 zevenvoudig H2403 over uw zonden H3256 [H8765] tuchtigen.
  29 H1320 Want gij zult het vlees H1121 uwer zonen H398 [H8804] eten H1320 , en het vlees H1323 uwer dochteren H398 [H8799] zult gij eten.
  30 H1116 En Ik zal uw hoogten H8045 [H8689] verderven H2553 , en uw zonnebeelden H3772 [H8689] uitroeien H6297 , en zal uw dode lichamen H6297 op de dode lichamen H1544 uwer drekgoden H5414 [H8804] werpen H5315 ; en Mijn ziel H1602 [H8804] zal aan u walgen.
  31 H5892 En Ik zal uw steden H2723 een woestijn H5414 [H8804] maken H4720 , en uw heiligdommen H8074 [H8689] verwoesten H5207 ; en Ik zal uw liefelijken H7381 reuk H7306 [H8686] niet rieken.
  32 H776 Ja, Ik zal dat land H8074 [H8689] verwoesten H341 [H8802] ; dat uw vijanden H3427 [H8802] , die daarin zullen wonen H8074 [H8804] , zich daarover ontzetten zullen.
  33 H1471 Daartoe zal Ik u onder de heidenen H2219 [H8762] verstrooien H2719 ; en een zwaard H310 achter H7324 [H8689] u uittrekken H776 ; en uw land H8077 zal woest H5892 , en uw steden H2723 zullen een woestijn zijn.
  34 H776 Dan zal het land H7676 aan zijn sabbatten H7521 [H8799] een welgevallen hebben H3117 , al de dagen H8074 [H8715] der verwoesting H776 , en gij zult in het land H341 [H8802] uwer vijanden H776 zijn; dan zal het land H7673 [H8799] rusten H7676 , en aan zijn sabbatten H7521 [H8689] een welgevallen hebben.
  35 H3117 Al de dagen H8074 [H8715] der verwoesting H7673 [H8799] zal het rusten H7673 [H8804] , overmits het niet rustte H7676 in uw sabbatten H3427 [H8800] , als gij daarin woondet.
  36 H7604 [H8737] En aangaande de overgeblevenen H3824 onder u, Ik zal in hun hart H4816 een wekigheid H776 in de landen H341 [H8802] hunner vijanden H935 [H8689] laten komen H6963 ; zodat het geruis H5086 [H8737] van een gedreven H5929 blad H7291 [H8804] hen jagen zal H5127 [H8804] , en zij zullen vlieden H4499 , gelijk men vliedt H2719 voor een zwaard H5307 [H8804] , en zullen vallen H7291 [H8802] , waar niemand is, die jaagt.
  37 H376 En zij zullen de een H251 op den ander H6440 als voor H2719 het zwaard H3782 [H8804] vallen H7291 [H8802] , waar niemand is, die jaagt H6440 ; en gij zult voor het aangezicht H341 [H8802] uwer vijanden H8617 niet kunnen bestaan.
  38 H6 [H8804] Maar gij zult omkomen H1471 onder de heidenen H776 , en het land H341 [H8802] uwer vijanden H398 [H8804] zal u verteren.
  39 H7604 [H8737] En de overgeblevenen H5771 onder u zullen om hun ongerechtigheid H776 in de landen H341 [H8802] uwer vijanden H4743 [H8735] uitteren H5771 ; ja, ook om de ongerechtigheden H1 hunner vaderen H4743 [H8735] zullen zij met hen uitteren.
  40 H5771 Dan zullen zij hun ongerechtigheid H3034 [H8694] belijden H5771 , en de ongerechtigheid H1 hunner vaderen H4604 met hun overtredingen H4603 [H8804] , waarmede zij tegen Mij overtreden hebben H7147 , en ook dat zij met Mij in tegenheid H1980 [H8804] gewandeld hebben.
  41 H7147 Dat Ik ook met hen in tegenheid H3212 [H8799] gewandeld H776 , en hen in het land H341 [H8802] hunner vijanden H935 [H8689] gebracht zal hebben H176 . Zo dan H6189 hun onbesneden H3824 hart H3665 [H8735] gebogen wordt H5771 , en zij dan aan de straf hunner ongerechtigheid H7521 [H8799] een welgevallen hebben;
  42 H2142 [H8804] Dan zal Ik gedenken H1285 aan Mijn verbond H3290 [met] Jakob H1285 , en ook aan Mijn verbond H3327 [met] Izak H1285 , en ook aan Mijn verbond H85 [met] Abraham H2142 [H8799] zal Ik gedenken H776 , en aan het land H2142 [H8799] zal Ik gedenken;
  43 H776 Als het land H5800 [H8735] om hunnentwil zal verlaten zijn geweest H7676 , en aan zijn sabbatten H7521 [H8799] een welgevallen gehad hebben H8074 [H8715] , wanneer het om hunnentwil verwoest was H5771 , en zij aan de straf hunner ongerechtigheid H7521 [H8799] een welgevallen zullen gehad hebben H3282 ; daarom H3282 , en omdat H4941 zij Mijn rechten H3988 [H8804] hadden verworpen H5315 , en hun ziel H2708 van Mijn inzettingen H1602 [H8804] gewalgd had.
  44 H637 En hierenboven H2063 is dit H1571 ook H776 ; als zij in het land H341 [H8802] hunner vijanden H3988 [H8804] zullen zijn, zal Ik hen niet verwerpen H1602 [H8804] , noch van hen walgen H3615 [H8763] , om een einde van hen te maken H6565 [H8687] , vernietigende H1285 Mijn verbond H3068 met hen; want Ik ben de HEERE H430 , hun God!
  45 H2142 [H8804] Maar Ik zal hun [ten] [beste] gedenken H1285 aan het verbond H7223 der voorouderen H776 H4714 , die Ik uit Egypteland H5869 voor de ogen H1471 der heidenen H3318 [H8689] uitgevoerd heb H430 , opdat Ik hun tot een God H3068 ware; Ik ben de HEERE!
  46 H2706 Dit zijn die inzettingen H4941 , en die rechten H8451 , en die wetten H3068 , welke de HEERE H5414 [H8804] gegeven heeft H1121 , tussen Zich en tussen de kinderen H3478 Israels H2022 , op den berg H5514 Sinai H3027 , door de hand H4872 van Mozes.