Exodus 25

DSV_Strongs(i)
  1 H1696 [H8762] Toen sprak H3068 de HEERE H4872 tot Mozes H559 [H8800] , zeggende:
  2 H1696 [H8761] Spreek H1121 tot de kinderen H3478 Israels H8641 , dat zij voor Mij een hefoffer H3947 [H8799] nemen H376 . Van alle man H3820 , wiens hart H5068 [H8799] zich vrijwillig bewegen zal H8641 , zult gij Mijn hefoffer H3947 [H8799] nemen.
  3 H8641 Dit nu is het hefoffer H3947 [H8799] , hetwelk gij van hen nemen zult H2091 : goud H3701 , en zilver H5178 , en koper;
  4 H8504 Als ook hemelsblauw H713 , en purper H8438 H8144 , en scharlaken H8336 , en fijn linnen H5795 , en geiten [haar].
  5 H119 [H8794] En roodgeverfde H352 H5785 ramsvellen H8476 H5785 , en dassenvellen H7848 H6086 ; en sittimhout;
  6 H8081 Olie H3974 tot den luchter H1314 , specerijen H4888 H8081 ter zalfolie H5561 , en tot roking welriekende H7004 specerijen;
  7 H7718 H68 Sardonixstenen H4394 , en vervullende H68 stenen H646 tot den efod H2833 , en tot den borstlap.
  8 H4720 En zij zullen Mij een heiligdom H6213 [H8804] maken H8432 , dat Ik in het midden H7931 [H8804] van hen wone.
  9 H8403 Naar al wat Ik u tot een voorbeeld H4908 dezes tabernakels H8403 , en een voorbeeld H3627 van al deszelfs gereedschap H7200 [H8688] wijzen zal H6213 [H8799] , even alzo zult gijlieden dat maken.
  10 H727 Zo zullen zij een ark H7848 H6086 van sittimhout H6213 [H8804] maken H520 ; twee ellen H2677 en een halve H753 zal haar lengte H520 H2677 zijn, en anderhalve H7341 el haar breedte H520 H2677 , en anderhalve H6967 el haar hoogte.
  11 H2889 En gij zult ze met louter H2091 goud H6823 [H8765] overtrekken H1004 , van binnen H2351 en van buiten H6823 [H8762] zult gij ze overtrekken H2091 ; en gij zult op dezelve een gouden H2213 krans H6213 [H8804] maken H5439 rondom heen.
  12 H3332 [H8804] En giet H702 voor haar vier H2091 gouden H2885 ringen H5414 [H8804] , en zet H702 die aan haar vier H6471 hoeken H8147 , alzo dat twee H2885 ringen H259 op de ene H6763 zijde H8147 derzelve zijn, en twee H2885 ringen H8145 op haar andere zijde.
  13 H6213 [H8804] En maak H905 handbomen H7848 H6086 van sittimhout H6823 [H8765] , en overtrek H2091 ze met goud.
  14 H935 [H8689] En steek H905 de handbomen H2885 in de ringen H6763 , die aan de zijde H727 der ark H727 zijn, dat men de ark H5375 [H8800] daarmede drage.
  15 H905 De draagbomen H2885 zullen in de ringen H727 der ark H1961 [H8799] zijn H5493 [H8799] ; zij zullen er niet uitgetogen worden.
  16 H727 Daarna zult gij in de ark H5414 [H8804] leggen H5715 de getuigenis H5414 [H8799] , die Ik u geven zal.
  17 H3727 Gij zult ook een verzoendeksel H6213 [H8804] maken H2889 van louter H2091 goud H520 ; twee ellen H2677 en een halve H753 zal deszelfs lengte H520 H2677 zijn, en anderhalve H7341 el deszelfs breedte.
  18 H8147 Gij zult ook twee H3742 cherubim H2091 van goud H6213 [H8804] maken H4749 ; van dicht H6213 [H8799] [goud] zult gij ze maken H8147 , uit de beide H7098 einden H3727 des verzoendeksels.
  19 H6213 [H8798] En maak H259 u een H3742 cherub H7098 uit het ene einde H2088 aan deze H259 zijde, en den anderen H3742 cherub H7098 uit het [andere] einde H2088 aan gene H3727 zijde; uit het verzoendeksel H3742 zult gijlieden de cherubim H6213 [H8799] maken H8147 , uit de beide H7098 einden van hetzelve.
  20 H3742 En de cherubim H3671 zullen hun beide vleugelen H4605 omhoog H6566 [H8802] uitbreiden H5526 [H8802] , bedekkende H3671 met hun vleugelen H3727 het verzoendeksel H6440 ; en hun aangezichten H376 zullen tegenover H251 elkander H6440 zijn; de aangezichten H3742 der cherubim H3727 zullen naar het verzoendeksel zijn.
  21 H3727 En gij zult het verzoendeksel H4605 boven H727 op de ark H5414 [H8804] zetten H727 , nadat gij in de ark H5715 de getuigenis H5414 [H8799] , die Ik u geven zal H5414 [H8799] , zult gelegd hebben.
  22 H3259 [H8738] En aldaar zal Ik bij u komen H1696 [H8765] , en Ik zal met u spreken H3727 van boven het verzoendeksel H996 af, van tussen H8147 de twee H3742 cherubim H5921 , die op H727 de ark H5715 der getuigenis H6680 [H8762] zijn zullen, alles, wat Ik u gebieden zal H1121 aan de kinderen H3478 Israels.
  23 H7979 Gij zult ook een tafel H6213 [H8804] maken H7848 H6086 van sittimhout H520 ; twee ellen H753 zal haar lengte H520 zijn, en een el H7341 haar breedte H520 , en een el H2677 en een halve H6967 zal haar hoogte zijn.
  24 H2889 En gij zult ze met louter H2091 goud H6823 [H8765] overtrekken H2091 ; gij zult ook een gouden H2213 krans H6213 [H8804] daaraan maken H5439 , rondom heen.
  25 H4526 Gij zult ook een lijst H5439 rondom H6213 [H8804] daaraan maken H2948 , een hand breed H2091 ; en gij zult een gouden H2213 krans H5439 rondom H4526 derzelver lijst H6213 [H8804] maken.
  26 H702 Ook zult gij vier H2091 gouden H2885 ringen H6213 [H8804] daaraan maken H2885 ; en gij zult de ringen H5414 [H8804] zetten H702 aan de vier H6285 hoeken H702 , die aan derzelver vier H7272 voeten zijn zullen.
  27 H5980 Tegenover H4526 de lijst H2885 zullen de ringen H1004 zijn, tot plaatsen H905 voor de handbomen H7979 , om de tafel H5375 [H8800] te dragen.
  28 H905 Deze handbomen H7848 H6086 nu zult gij van sittimhout H6213 [H8804] maken H2091 , en gij zult dezelve met goud H6823 [H8765] overtrekken H7979 ; en de tafel H5375 [H8738] zal daaraan gedragen worden.
  29 H6213 [H8804] Gij zult ook maken H7086 haar schotelen H3709 , en haar rookschalen H7184 , en haar platelen H4518 , en haar kroezen H2004 [met welke zij H5258 [H8714] bedekt zal worden H2889 ]; van louter H2091 goud H6213 [H8799] zult gij ze maken.
  30 H7979 En gij zult op deze tafel H8548 altijd H3899 het toonbrood H6440 voor Mijn aangezicht H5414 [H8804] leggen.
  31 H4501 Gij zult ook een kandelaar H2889 van louter H2091 goud H6213 [H8804] maken H4749 . Van dicht werk H4501 zal deze kandelaar H6213 [H8735] gemaakt worden H3409 , zijn schacht H7070 , en zijn rietjes H1375 ; zijn schaaltjes H3730 , zijn knopen H6525 , en zijn bloemen zullen uit hem zijn.
  32 H8337 En zes H7070 rieten H6654 zullen uit zijn zijden H3318 [H8802] uitgaan H7969 ; drie H7070 rieten H4501 des kandelaars H259 uit zijn ene H6654 zijde H7969 , en drie H7070 rieten H4501 des kandelaars H8145 uit zijn andere H6654 zijde.
  33 H259 In het ene H7070 riet H7969 zullen drie H1375 schaaltjes H8246 [H8794] zijn, [gelijk] amandelnoten H3730 , een knoop H6525 en een bloem H7969 ; en drie H1375 schaaltjes H8246 [H8794] , [gelijk] amandelnoten H259 in een ander H7070 riet H3730 , een knoop H6525 en een bloem H8337 ; alzo zullen die zes H7070 rieten H4501 zijn, die uit den kandelaar H3318 [H8802] gaan.
  34 H4501 Maar aan den kandelaar H702 zelven zullen vier H1375 schaaltjes H8246 [H8794] zijn, [gelijk] amandelnoten H3730 , met zijn knopen H6525 , en met zijn bloemen.
  35 H3730 En daar zal een knoop H8147 zijn onder twee H7070 rieten H3730 , uit denzelven [uitgaande]; ook een knoop H8147 onder twee H7070 rieten H3730 , uit denzelven [uitgaande]; nog een knoop H8147 onder twee H7070 rieten H8337 , uit denzelven [uitgaande]; [alzo] [zal] [het] [zijn] met de zes H7070 rieten H4501 , die uit den kandelaar H3318 [H8802] uitgaan.
  36 H3730 Hun knopen H7070 en hun rieten H259 zullen uit hem zijn; het zal altemaal een H4749 enig dicht werk H2889 van louter H2091 goud zijn.
  37 H7651 Gij zult hem ook zeven H5216 lampen H6213 [H8804] maken H5216 , en men zal zijn lampen H5927 [H8689] aansteken H215 [H8689] , en doen lichten H6440 aan zijn H5676 zijden.
  38 H4457 Zijn snuiters H4289 en zijn blusvaten H2889 zullen louter H2091 goud zijn.
  39 H3603 Uit een talent H2889 louter H2091 goud H6213 [H8799] zal men dat maken H3627 , met al dit gereedschap.
  40 H7200 [H8798] Zie dan toe H6213 [H8798] , dat gij het maakt H8403 naar hun voorbeeld H2022 , hetwelk u op den berg H7200 [H8716] getoond is.