Exodus 20

DSV_Strongs(i)
  1 H1696 [H8762] Toen sprak H430 God H1697 al deze woorden H559 [H8800] , zeggende:
  2 H3068 Ik ben de HEERE H430 uw God H776 H4714 , Die u uit Egypteland H1004 H5650 , uit het diensthuis H3318 [H8689] , uitgeleid heb.
  3 H312 Gij zult geen andere H430 goden H6440 voor Mijn aangezicht hebben.
  4 H6459 Gij zult u geen gesneden beeld H8544 , noch enige gelijkenis H6213 [H8799] maken H834 , [van] [hetgeen H4605 ] boven H8064 in den hemel H776 is, noch [van] [hetgeen] onder op de aarde H4325 is, noch [van] [hetgeen] in de wateren H776 onder de aarde is.
  5 H7812 [H8691] Gij zult u voor die niet buigen H5647 [H8714] , noch hen dienen H3068 ; want Ik, de HEERE H430 uw God H7067 , ben een ijverig H410 God H5771 , Die de misdaad H1 der vaderen H6485 [H8802] bezoek H1121 aan de kinderen H8029 , aan het derde H7256 , en aan het vierde H8130 [H8802] [lid] dergenen, die Mij haten;
  6 H6213 [H8802] En doe H2617 barmhartigheid H505 aan duizenden H157 [H8802] dergenen, die Mij liefhebben H4687 , en Mijn geboden H8104 [H8802] onderhouden.
  7 H8034 Gij zult den naam H3068 des HEEREN H430 uws Gods H7723 niet ijdellijk H5375 [H8799] gebruiken H3068 ; want de HEERE H5352 [H8762] zal niet onschuldig houden H8034 , die Zijn naam H7723 ijdellijk H5375 [H8799] gebruikt.
  8 H2142 [H8800] Gedenkt H7676 H3117 den sabbatdag H6942 [H8763] , dat gij dien heiligt.
  9 H8337 Zes H3117 dagen H5647 [H8799] zult gij arbeiden H4399 en al uw werk H6213 [H8804] doen;
  10 H7637 Maar de zevende H3117 dag H7676 is de sabbat H3068 des HEEREN H430 uws Gods H4399 ; [dan] zult gij geen werk H6213 [H8799] doen H1121 , gij, noch uw zoon H1323 , noch uw dochter H5650 , [noch] uw dienstknecht H519 , noch uw dienstmaagd H929 , noch uw vee H1616 , noch uw vreemdeling H8179 , die in uw poorten is;
  11 H8337 Want in zes H3117 dagen H3068 heeft de HEERE H8064 den hemel H776 en de aarde H6213 [H8804] gemaakt H3220 , de zee H5117 [H8799] en al wat daarin is, en Hij rustte H7637 ten zevenden H3117 dage H1288 [H8765] ; daarom zegende H3068 de HEERE H7676 H3117 den sabbatdag H6942 [H8762] , en heiligde denzelven.
  12 H3513 [H8761] Eert H1 uw vader H517 en uw moeder H3117 , opdat uw dagen H748 [H8686] verlengd worden H127 in het land H3068 , dat u de HEERE H430 uw God H5414 [H8802] geeft.
  13 H7523 [H8799] Gij zult niet doodslaan.
  14 H5003 [H8799] Gij zult niet echtbreken.
  15 H1589 [H8799] Gij zult niet stelen.
  16 H8267 Gij zult geen valse H5707 getuigenis H6030 [H8799] spreken H7453 tegen uw naaste.
  17 H2530 [H8799] Gij zult niet begeren H7453 uws naasten H1004 huis H2530 [H8799] ; gij zult niet begeren H7453 uws naasten H802 vrouw H5650 , noch zijn dienstknecht H519 , noch zijn dienstmaagd H7794 , noch zijn os H2543 , noch zijn ezel H7453 , noch iets, dat uws naasten is.
  18 H5971 En al het volk H7200 [H8802] zag H6963 de donderen H3940 , en de bliksemen H6963 , en het geluid H7782 der bazuin H6226 , en den rokenden H2022 berg H5971 ; toen het volk H7200 [H8799] zulks zag H5128 [H8799] , weken zij af H5975 [H8799] , en stonden H7350 van verre;
  19 H559 [H8799] En zij zeiden H4872 tot Mozes H1696 [H8761] : Spreek gij H8085 [H8799] met ons, en wij zullen horen H430 ; en dat God H1696 [H8762] met ons niet spreke H4191 [H8799] , opdat wij niet sterven!
  20 H4872 En Mozes H559 [H8799] zeide H5971 tot het volk H3372 [H8799] : Vreest H430 niet, want God H935 [H8804] is gekomen H5668 , opdat H5254 [H8763] Hij u verzocht H3374 , en opdat Zijn vreze H6440 voor uw aangezicht H2398 [H8799] zou zijn, dat gij niet zondigdet.
  21 H5971 En het volk H5975 [H8799] stond H7350 van verre H4872 ; maar Mozes H5066 [H8738] naderde H6205 tot de donkerheid H430 , alwaar God was.
  22 H559 [H8799] Toen zeide H3068 de HEERE H4872 tot Mozes H1121 : Aldus zult gij tot de kinderen H3478 Israels H559 [H8799] zeggen H7200 [H8804] : Gij hebt gezien H8064 , dat Ik met ulieden van den hemel H1696 [H8765] gesproken heb.
  23 H6213 [H8799] Gij zult nevens Mij niet maken H3701 zilveren H430 goden H2091 , en gouden H430 goden H6213 [H8799] zult gij u niet maken.
  24 H6213 [H8799] Maakt H4196 Mij een altaar H127 van aarde H2076 [H8804] , en offert H5930 daarop uw brandofferen H8002 , en uw dankofferen H6629 , uw schapen H1241 , en uw runderen H4725 ; aan alle plaats H8034 , waar Ik Mijns Naams H2142 [H8686] gedachtenis stichten zal H935 [H8799] , zal Ik tot u komen H1288 [H8765] , en zal u zegenen.
  25 H68 Maar indien gij Mij een stenen H4196 altaar H6213 [H8799] zult maken H1129 [H8799] , zo zult gij dit niet bouwen H1496 van gehouwen H2719 [steen]; zo gij uw houwijzer H5130 [H8689] daarover verheft H2490 [H8762] , zo zult gij het ontheiligen.
  26 H4609 Gij zult ook niet met trappen H4196 tot Mijn altaar H5927 [H8799] opklimmen H6172 , opdat uw schaamte H1540 [H8735] voor hetzelve niet ontdekt worde.