Deuteronomy 7

DSV_Strongs(i)
  1 H3068 Wanneer u de HEERE H430 , uw God H935 [H8686] , zal gebracht hebben H776 in het land H935 [H8802] , waar gij naar toe gaat H3423 [H8800] , om dat te erven H7227 ; en Hij vele H1471 volken H6440 voor uw aangezicht H5394 [H8804] zal hebben uitgeworpen H2850 , de Hethieten H1622 , en de Girgasieten H567 , en de Amorieten H3669 , en de Kanaanieten H6522 , en de Ferezieten H2340 , en de Hevieten H2983 , en de Jebusieten H7651 , zeven H1471 volken H7227 , die meerder H6099 en machtiger zijn dan gij;
  2 H3068 En de HEERE H430 , uw God H5414 [H8804] , hen zal gegeven hebben H6440 voor uw aangezicht H5221 [H8689] , dat gij ze slaat H2763 [H8687] ; zo zult gij hen ganselijk H2763 [H8686] verbannen H1285 ; gij zult geen verbond H3772 [H8799] met hen maken H2603 [H8799] , noch hun genadig zijn.
  3 H2859 [H8691] Gij zult u ook met hen niet vermaagschappen H1323 ; gij zult uw dochters H5414 [H8799] niet geven H1121 aan hun zonen H1323 , en hun dochters H3947 [H8799] niet nemen H1121 voor uw zonen.
  4 H1121 Want zij zouden uw zonen H310 van H5493 [H8686] Mij doen afwijken H312 , dat zij andere H430 goden H5647 [H8804] zouden dienen H639 ; en de toorn H3068 des HEEREN H2734 [H8804] zou tegen ulieden ontsteken H4118 , en u haast H8045 [H8689] verdelgen.
  5 H6213 [H8799] Maar alzo zult gij hun doen H4196 : hun altaren H5422 [H8799] zult gij afwerpen H4676 , en hun opgerichte beelden H7665 [H8762] verbreken H842 , en hun bossen H1438 [H8762] zult gij afhouwen H6456 , en hun gesnedene beelden H784 met vuur H8313 [H8799] verbranden.
  6 H6918 Want gij zijt een heilig H5971 volk H3068 den HEERE H430 , uw God H3068 ; u heeft de HEERE H430 , uw God H977 [H8804] , verkoren H5971 , dat gij Hem tot een volk H5459 des eigendoms H5971 zoudt zijn uit alle volken H6440 H127 , die op den aardbodem zijn.
  7 H3068 De HEERE H2836 [H8804] heeft geen lust tot u gehad H977 [H8799] , noch u verkoren H7230 , om uw veelheid H5971 boven alle andere volken H4592 ; want gij waart het weinigste H5971 van alle volken.
  8 H3068 Maar omdat de HEERE H160 ulieden liefhad H8104 [H8800] , en opdat Hij hield H7621 den eed H1 , dien Hij uw vaderen H7650 [H8738] gezworen had H3068 , heeft u de HEERE H2389 met een sterke H3027 hand H3318 [H8689] uitgevoerd H6299 [H8799] , en heeft u verlost H1004 H5650 uit het diensthuis H3027 , uit de hand H6547 van Farao H4428 , koning H4714 van Egypte.
  9 H3045 [H8804] Gij zult dan weten H3068 , dat de HEERE H430 , uw God H430 , die God H539 [H8737] is, die getrouwe H410 God H1285 , welke het verbond H2617 en de weldadigheid H8104 [H8802] houdt H157 [H8802] dien, die Hem liefhebben H4687 , en Zijn geboden H8104 [H8802] houden H505 tot in duizend H1755 geslachten.
  10 H7999 [H8764] En Hij vergeldt H8130 [H8802] een ieder van hen, die Hem haten H6440 , in zijn aangezicht H6 [H8687] , om hem te verderven H8130 [H8802] ; Hij zal het Zijn hater H309 [H8762] niet vertrekken H6440 , in zijn aangezicht H7999 [H8762] zal Hij het hem vergelden.
  11 H8104 [H8804] Houdt H4687 dan de geboden H2706 , en de inzettingen H4941 , en de rechten H3117 , die ik u heden H6680 [H8764] gebiede H6213 [H8800] , om die te doen.
  12 H6118 Zo zal het geschieden, omdat H4941 gij deze rechten H8085 [H8799] zult horen H8104 [H8804] , en houden H6213 [H8804] , en dezelve doen H3068 , dat de HEERE H430 , uw God H1285 , u het verbond H2617 en de weldadigheid H8104 [H8804] zal houden H1 , die Hij uw vaderen H7650 [H8738] gezworen heeft;
  13 H157 [H8804] En Hij zal u liefhebben H1288 [H8765] , en zal u zegenen H7235 [H8689] , en u doen vermenigvuldigen H1288 [H8765] ; en Hij zal zegenen H6529 de vrucht H990 uws buiks H6529 , en de vrucht H127 uws lands H1715 , uw koren H8492 , en uw most H3323 , en uw olie H7698 , de voortzetting H504 uwer koeien H6251 , en de kudden H6629 van uw klein vee H127 , in het land H1 , dat Hij aan uw vaderen H7650 [H8738] gezworen heeft H5414 [H8800] u te geven.
  14 H1288 [H8803] Gezegend zult gij zijn H5971 boven alle volken H6135 ; er zal onder u noch man H6135 noch vrouw onvruchtbaar H929 zijn, ook [niet] onder uw beesten;
  15 H3068 En de HEERE H2483 zal alle krankheid H5493 [H8689] van u afweren H7451 , en Hij zal u geen van de kwade H4064 ziekten H4714 der Egyptenaren H3045 [H8804] , die gij kent H7760 [H8799] , opleggen H5414 [H8804] , maar zal ze leggen H8130 [H8802] op allen, die u haten.
  16 H5971 Gij zult dan al die volken H398 [H8804] verteren H3068 , die de HEERE H430 , uw God H5414 [H8802] , u geven zal H5869 ; uw oog H2347 [H8799] zal hen niet verschonen H430 , en gij zult hun goden H5647 [H8799] niet dienen H4170 ; want dat zoude u een strik zijn.
  17 H3824 Zo gij in uw hart H559 [H8799] zeidet H1471 : Deze volken H7227 zijn meerder H349 dan ik; hoe H3201 [H8799] zou ik hen uit de bezitting kunnen H3423 [H8687] verdrijven?
  18 H3372 [H8799] Vreest H2142 [H8799] niet voor hen; gedenkt H2142 [H8800] steeds H3068 , wat de HEERE H430 , uw God H6547 , aan Farao H4714 en aan alle Egyptenaren H6213 [H8804] gedaan heeft;
  19 H1419 De grote H4531 verzoekingen H5869 , die uw ogen H7200 [H8804] gezien hebben H226 , en de tekenen H4159 , en de wonderen H2389 , en de sterke H3027 hand H5186 [H8803] , en den uitgestrekten H2220 arm H3068 , door welken u de HEERE H430 , uw God H3318 [H8689] , heeft uitgevoerd H3068 ; alzo zal de HEERE H430 , uw God H6213 [H8799] , doen H5971 aan alle volken H6440 , voor welker aangezicht H3373 gij vreest.
  20 H3068 Daartoe zal de HEERE H430 , uw God H6880 , ook horzelen H7971 [H8762] onder hen zenden H6 [H8800] ; totdat zij omkomen H7604 [H8737] , die overgebleven H6440 , en voor uw aangezicht H5641 [H8737] verborgen zijn.
  21 H6206 [H8799] Ontzet u H6440 niet voor hunlieder aangezicht H3068 ; want de HEERE H430 , uw God H7130 , is in het midden H1419 van u, een groot H3372 [H8737] en vreselijk H410 God.
  22 H3068 En de HEERE H430 , uw God H411 , zal deze H1471 volken H6440 voor uw aangezicht H4592 H4592 allengskens H5394 [H8804] uitwerpen H4118 ; haastelijk H3201 [H8799] zult gij hen niet mogen H3615 [H8763] te niet doen H2416 , opdat het wild H7704 des velds H7235 [H8799] niet tegen u vermenigvuldige.
  23 H3068 H430 En de HEERE H5414 [H8804] zal hen geven H6440 voor uw aangezicht H1949 [H8804] , en Hij zal hen verschrikken H1419 met grote H4103 verschrikking H8045 [H8736] , totdat zij verdelgd worden.
  24 H4428 Ook zal Hij hun koningen H3027 in uw hand H5414 [H8804] geven H8034 , dat gij hun naam H8064 van onder den hemel H6 [H8689] te niet doet H376 ; geen man H6440 zal voor uw aangezicht H3320 [H8691] bestaan H8045 [H8687] , totdat gij hen zult hebben verdelgd.
  25 H6456 De gesneden beelden H430 van hun goden H784 zult gij met vuur H8313 [H8799] verbranden H3701 ; het zilver H2091 en goud H2530 [H8799] , dat daaraan is, zult gij niet begeren H3947 [H8804] , noch voor u nemen H3369 [H8735] , opdat gij daardoor niet verstrikt wordt H3068 ; want dat is den HEERE H430 , uw God H8441 , een gruwel.
  26 H8441 Gij zult dan den gruwel H1004 in uw huis H935 [H8686] niet brengen H2764 , dat gij een ban H8262 [H8763] zoudt worden, gelijk datzelve is; gij zult het ganselijk H8262 [H8762] verfoeien H8581 [H8763] , en ten enenmaal H8581 [H8762] een gruwel daarvan hebben H2764 , want het is een ban.