Deuteronomy 5:6-21

DSV_Strongs(i)
  6 H3068 Ik ben de HEERE H430 , uw God H776 H4714 , Die u uit Egypteland H1004 H5650 , uit het diensthuis H3318 [H8689] uitgeleid heb.
  7 H312 Gij zult geen andere H430 goden H6440 voor Mijn aangezicht hebben.
  8 H6459 Gij zult u geen gesneden beeld H6213 [H8799] maken H8544 , [noch] enige gelijkenis H4605 , [van] hetgeen boven H8064 in den hemel H776 , of onder op de aarde H4325 is; of in het water H776 onder de aarde is;
  9 H7812 [H8691] Gij zult u voor die niet buigen H5647 [H8714] , noch hen dienen H3068 ; want Ik, de HEERE H430 , uw God H7067 , ben een ijverig H410 God H5771 , Die de misdaad H1 der vaderen H6485 [H8802] bezoek H1121 aan de kinderen H8029 , en aan het derde H7256 , en aan het vierde H8130 [H8802] [lid] dergenen, die Mij haten;
  10 H6213 [H8802] En doe H2617 barmhartigheid H505 aan duizenden H157 [H8802] dergenen, die Mij liefhebben H4687 , en Mijn geboden H8104 [H8802] onderhouden.
  11 H8034 Gij zult den Naam H3068 des HEEREN H430 , uws Gods H7723 , niet ijdellijk H5375 [H8799] gebruiken H3068 ; want de HEERE H5352 [H8762] zal niet onschuldig houden H8034 dengene, die Zijn Naam H7723 ijdellijk H5375 [H8799] gebruikt.
  12 H8104 [H8800] Onderhoudt H7676 H3117 den sabbatdag H6942 [H8763] , dat gij dien heiligt H3068 ; gelijk als de HEERE H430 , uw God H6680 [H8765] , u geboden heeft.
  13 H8337 Zes H3117 dagen H5647 [H8799] zult gij arbeiden H4399 , en al uw werk H6213 [H8804] doen;
  14 H7637 Maar de zevende H3117 dag H7676 is de sabbat H3068 des HEEREN H430 , uws Gods H4399 ; [dan] zult gij geen werk H6213 [H8799] doen H1121 , gij, noch uw zoon H1323 , noch uw dochter H5650 , noch uw dienstknecht H519 , noch uw dienstmaagd H7794 , noch uw os H2543 , noch uw ezel H929 , noch enig van uw vee H1616 , noch de vreemdeling H8179 , die in uw poorten H5650 is; opdat uw dienstknecht H519 , en uw dienstmaagd H5117 [H8799] ruste, gelijk als gij.
  15 H2142 [H8804] Want gij zult gedenken H5650 , dat gij een dienstknecht H776 H4714 in Egypteland H3068 geweest zijt, en dat de HEERE H430 , uw God H3318 [H8686] , u van daar heeft uitgeleid H2389 door een sterke H3027 hand H5186 [H8803] en een uitgestrekten H2220 arm H3068 ; daarom heeft u de HEERE H430 , uw God H6680 [H8765] , geboden H7676 H3117 , dat gij den sabbatdag H6213 [H8800] houden zult.
  16 H3513 [H8761] Eert H1 uw vader H517 , en uw moeder H3068 , gelijk als de HEERE H430 , uw God H6680 [H8765] , u geboden heeft H3117 , opdat uw dagen H748 [H8686] verlengd worden H3190 [H8799] , en opdat het u welga H127 in het land H3068 , dat u de HEERE H430 , uw God H5414 [H8802] , geven zal.
  17 H7523 [H8799] Gij zult niet doodslaan.
  18 H5003 [H8799] En gij zult geen overspel doen.
  19 H1589 [H8799] En gij zult niet stelen.
  20 H7723 En gij zult geen valse H5707 getuigenis H6030 [H8799] spreken H7453 tegen uw naaste.
  21 H2530 [H8799] En gij zult niet begeren H7453 uws naasten H802 vrouw H183 [H8691] ; en gij zult u niet laten gelusten H7453 uws naasten H1004 huis H7704 , zijn akker H5650 , noch zijn dienstknecht H519 , noch zijn dienstmaagd H7794 , zijn os H2543 , noch zijn ezel H7453 , noch iets, dat uws naasten is.