Daniel

DSV_Strongs(i)
  1 H7969 In het derde H8141 jaar H4438 des koninkrijks H3079 van Jojakim H4428 , den koning H3063 van Juda H935 [H8804] , kwam H5019 Nebukadnezar H4428 , de koning H894 van Babel H3389 , te Jeruzalem H6696 [H8799] , en belegerde haar.
  2 H136 En de HEERE H5414 [H8799] gaf H3079 Jojakim H4428 , den koning H3063 van Juda H3027 , in zijn hand H7117 , en een deel H3627 der vaten H1004 van het huis H430 Gods H935 [H8686] ; en hij bracht H776 ze in het land H8152 van Sinear H1004 , [in] het huis H430 zijns gods H3627 ; en de vaten H935 [H8689] bracht hij H214 H1004 in het schathuis H430 zijns gods.
  3 H4428 En de koning H559 [H8799] zeide H828 tot Aspenaz H7227 , den overste H5631 zijner kamerlingen H935 [H8687] , dat hij voorbrengen zou H1121 [enigen] uit de kinderen H3478 Israels H4410 , te weten, uit het koninklijk H2233 zaad H6579 , en uit de prinsen;
  4 H3206 Jongelingen H3971 H3971 [H8675] , aan dewelke geen gebrek H2896 ware, maar schoon H4758 van aangezicht H7919 [H8688] , en vernuftig H2451 in alle wijsheid H3045 [H8802] , en ervaren H1847 in wetenschap H995 [H8688] , en kloek H4093 van verstand H3581 , en in dewelke bekwaamheid H5975 [H8800] ware, om te staan H4428 in des konings H1964 paleis H3925 [H8763] ; en dat men hen onderwees H5612 in de boeken H3956 en spraak H3778 der Chaldeen.
  5 H4428 En de koning H4487 [H8762] verordende H3117 hun, wat men ze dag H3117 bij dag H1697 geven zou van de stukken H6598 der spijs H4428 des konings H3196 , en van den wijn H4960 zijns dranks H7969 , en dat men hen drie H8141 jaren H1431 [H8763] [alzo] optoog H7117 , en dat zij ten einde H5975 [H8799] derzelve zouden staan H6440 voor het aangezicht H4428 des konings.
  6 H1121 Onder dezelve nu waren uit de kinderen H3063 van Juda H1840 : Daniel H2608 , Hananja H4332 , Misael H5838 en Azarja.
  7 H8269 En de overste H5631 der kamerlingen H7760 [H8799] gaf H8034 hun [andere] namen H1840 , en Daniel H7760 [H8799] noemde hij H1095 Beltsazar H2608 , en Hananja H7714 Sadrach H4332 , en Misael H4335 Mesach H5838 , en Azarja H5664 Abed-nego.
  8 H1840 Daniel H7760 [H8799] nu nam voor H3820 in zijn hart H1351 [H8691] , dat hij zich niet zou ontreinigen H6598 met de stukken van de spijs H4428 des konings H3196 , noch met den wijn H4960 zijns dranks H1245 [H8762] ; daarom verzocht hij H8269 van den overste H5631 der kamerlingen H1351 [H8691] , dat hij zich niet mocht ontreinigen.
  9 H430 En God H5414 [H8799] gaf H1840 Daniel H2617 genade H7356 en barmhartigheid H6440 voor het aangezicht H8269 van den overste H5631 der kamerlingen.
  10 H8269 Want de overste H5631 der kamerlingen H559 [H8799] zeide H1840 tot Daniel H3373 : Ik vreze H113 mijn heer H4428 , den koning H3978 , die ulieder spijs H4960 , en ulieder drank H4487 [H8765] verordend heeft H6440 ; want waarom zou hij ulieder aangezichten H2196 [H8802] droeviger H7200 [H8799] zien H3206 , dan der jongelingen H1524 , die in gelijkheid H7218 met ulieden zijn? Alzo zoudt gij mijn hoofd H4428 bij den koning H2325 [H8765] schuldig maken.
  11 H559 [H8799] Toen zeide H1840 Daniel H4453 tot Melzar H8269 , dien de overste H5631 der kamerlingen H4487 [H8765] gesteld had H1840 over Daniel H2608 , Hananja H4332 , Misael H5838 en Azarja:
  12 H5254 [H8761] Beproef H5650 toch uw knechten H6235 tien H3117 dagen H5414 [H8799] lang, en men geve H2235 ons van het gezaaide H398 [H8799] te eten H4325 , en water H8354 [H8799] te drinken.
  13 H7200 [H8735] En men zie H6440 voor uw aangezicht H4758 onze gedaanten H4758 , en de gedaante H3206 der jongelingen H6598 , die de stukken van de spijs H4428 des konings H398 [H8802] eten H6213 [H8798] ; en doe H5650 met uw knechten H7200 [H8799] , naar dat gij zien zult.
  14 H8085 [H8799] Toen hoorde hij H1697 hen in deze zaak H5254 [H8762] , en hij beproefde H6235 ze tien H3117 dagen.
  15 H7117 Ten einde H6235 nu der tien H3117 dagen H7200 [H8738] , zag men H4758 , dat hun gedaanten H2896 schoner H1277 waren, en zij vetter H1320 waren van vlees H3206 dan al de jongelingen H6598 , die de stukken van de spijze H4428 des konings H398 [H8802] aten.
  16 H4453 Toen geschiedde het, dat Melzar H6598 de stukken hunner spijs H5375 [H8802] wegnam H3196 , mitsgaders den wijn H4960 huns dranks H5414 [H8802] , en hij gaf H2235 hun [van] het gezaaide.
  17 H702 Aan deze vier H3206 jongelingen H5414 [H8804] nu gaf H430 God H4093 wetenschap H7919 [H8687] en verstand H5612 in alle boeken H2451 , en wijsheid H1840 ; maar Daniel H995 [H8689] gaf Hij verstand H2377 in allerlei gezichten H2472 en dromen.
  18 H7117 Ten einde H3117 nu der dagen H4428 , waarvan de koning H559 [H8804] gezegd had H935 [H8687] , dat men hen zou inbrengen H935 [H8686] , zo bracht H8269 ze de overste H5631 der kamerlingen H6440 in voor het aangezicht H5019 van Nebukadnezar,
  19 H4428 En de koning H1696 [H8762] sprak H4672 [H8738] met hen; doch er werd uit hen allen niemand gevonden H1840 , gelijk Daniel H2608 , Hananja H4332 , Misael H5838 en Azarja H5975 [H8799] ; en zij stonden H6440 voor het aangezicht H4428 des konings.
  20 H1697 En [in] alle zaken H998 van verstandige H2451 wijsheid H4428 , die de koning H1245 [H8765] hun afvroeg H4672 [H8799] , zo vond hij H6235 hen tienmaal H3027 boven H2748 al de tovenaars H825 [en] sterrekijkers H4438 , die in zijn ganse koninkrijk waren.
  21 H1840 En Daniel H259 bleef tot het eerste H8141 jaar H4428 van den koning H3566 Kores toe.